Dat de invoering van de Burgerlijke Stand nog niet betekende dat familienamen voor eeuwig en altijd dezelfde bleven, blijkt uit een verhaal van G. Bulthuis sr.

Hij is bezig met een onderzoek naar de voorouders van zijn moeder, de familie Mulder uit Leek. De stamvader daarvan blijkt begin negentiende eeuw ene Jan Mulders, mèt een s dus. Deze had een relatie met een Lisebet Johannes, maar was er niet mee getrouwd, voor zover hun nazaat dat kon nagaan. Het paar zal dan in concubinaat hebben geleefd, of ze waren, zoals dat heette, "over de puthaak" getrouwd. Vooral in veenstreken kwam dat nogal eens voor.

Uit deze relatie kwamen vier kinderen voort, die Jan Mulders volgens de geboorteaktes alle vier erkende. Volgens dezelfde aktes gingen deze kinderen ook allemaal Mulders heten. De s bleef er dus in.

De tweede dochter, Anne Marieke Mulders, geboren in 1825, kreeg in juni 1844 een kind. Dat kind werd erkend door Jan Franciscus Hecker, ook wel Hekker genoemd, en heette naar diens vader Coenraad, Coenraad Hecker dus.

Maar waarschijnlijk omdat de vader een paar maanden later trouwde met een andere vrouw dan de moeder van zijn zoon, heet die zoon bij zijn huwelijk in 1870 niet meer Coenraad Hecker, maar Coenraad Mulder, zonder s dus. Waarmee de familienaam van de stamvader iets korter werd.

Overigens hebben we hiermee het verhaal nog eenvoudig gehouden, want ook andere familieleden veranderden van naam. Niet geheel ten onrechte noemt Bulthuis zijn onderzoek "zeer ingewikkeld en verwarrend".

Dat onderzoek geeft wel aan, dat je bij familie-onderzoek nooit star moet afgaan op een enkele spellingsvariant van een familienaam. Je zult altijd breder moeten kijken, en rekening moeten houden met meerdere naamsvarianten, zeker in de negentiende eeuw en eerder.

En met die moraal besluiten we dit verhaal.

Advertenties