Sjlomoh Pinchas werd omstreeks 1750 geboren in Berlijn. Via Maroldsweisach in Beieren, waar hij bij een rijkere jood knecht was geweest, en Amsterdam, waar hij zijn vrouw ontmoette, kwam hij naar Groningen, waar in 1789 zijn oudste zoon werd besneden. In 1811, toen iedereen een familienaam moest aannemen, ging Sjlomoh Pinchas zich De Zwaan noemen, een naam die ook wel als De Swaan in de boeken terechtkwam.

Op Sjlomohs naamsaanneming werden we geattendeerd door R.S. de Vries, via zijn grootmoeder van moederskant een nazaat van Sjlomoh. Volgens De Vries, die er in het laatste nummer van JaGDaF een verhaal over schreef, hing die naam samen met de woonplaats Sjlomoh en zijn gezin. Deze woonden namelijk achter de oude synagoge in de Zwaantjesgang. Dat was een steegje dat van het Zuiderdiep naar de Nieuwstad (no. 28) liep, en dat nu allang is afgesloten, hoewel er achter de huidige synagoge nog een restant van te vinden is.

De Vries gaat in het artikel over zijn voorouders ook nog in op de wijze waarop de Zwaantjesgang aan zijn naam kwam. Hoe hij erbij komt meldt hij niet, misschien gaat het om een familieverhaal. Hij schrijft:

“Ook de paar zwanen die in het Zuiderdiep zwommen vonden hier hun weg naar de walkant, waggelden door de gang naar de Nieuwstad en werden daar regelmatig onthaald op oud brood en voedselresten die bewoners hen toe wierpen. Ze liepen dan terug naar het Zuiderdiep en gingen dan weer in het Zuiderdiep te water. Vandaar de Zwaantjesgang. “

Eerst lijkt De Vries zelfs te twijfelen of de familie De Zwaan/De Swaan naar de Zwaantjesgang heet. Bij zijn aanvankelijke verklaring waarom Sjlomoh zich De Zwaan ging noemen, verwijst hij nog naar de zwanen: “Ze liepen immers dagelijks aan hem voorbij”.

Het is op zich een mooi verhaal, over deze naamsaanneming, maar berust het ook op waarheid? Hoogstwaarschijnlijk niet als het om de zwanen, maar wèl als het om de gang gaat.

Ten eerste was het houden van zwanen een heerlijk recht, in de stad voor 1800 voorbehouden aan Burgemeesteren en Raad. In de resolutieboeken die dit stadsbestuur liet bijhouden, staan verschillende besluiten over zwanen in de Herepoortengracht (het stuk water bij de huidige Herebrug). De poortier van de Herepoort moest goed op deze zwanen passen en ze ook voeren. Van zwanen in het Zuiderdiep is geen sprake. Dat ze er rondzwommen ligt ook minder in de rede omdat het eertijds, anders dan de Herepoortengracht, een vrij druk vaarwater was.

Hoe dan ook was de Zwaantjesgang niet naar passerende zwanen genoemd. In de toegang op stad-Groninger huisnamen van voor 1850 vinden we namelijk enkele meldingen uit de oude rechterlijke archieven van de stad, die aantonen dat er in de zeventiende eeuw in de Nieuwstad een huis stond, dat een uithangbord had, waarop een witte zwaan stond. En naar dit uithangbord heette dit huis Het Zwaantje.

De eerste van die meldingen komt uit 1651, toen Geert Jansen en zijn vrouw Trijntje, “woonachtigh op de nije Stadt daar de witte Swane uijthanght” honderd daalder leenden met als onderpand hun behuizing. De tweede dateert uit 1660, toen Trijntien, de weduwe Geert Jansen, nog eens honderd gulden erbij leende, met als onderpand “haer huis op de nije Stadt staande, daer de Swane uithanght”. En de derde  stamt uit 1689, toen de bezittingen van de weduwe Egbert Konings werden geïnventariseerd. Zij woonde weliswaar zelf  aan de Haddingestraat, maar bezat om de hoek “een huis op de niestadt genaamt ’t Swaentien”.

Kortom: In de zeventiende eeuw, toen er nog nauwelijks joden in Groningen woonden, was de Zwaan of het Zwaantje een huis aan de Nieuwstad. Naar dit huis was de Zwaans- of Zwaantjesgang genoemd. En naar deze steeg heette weer de familie van Sjlomoh Pinchas de Zwaan, anno 1811. Zwanen als levende vogels hadden daar hoogstwaarschijnlijk heel weinig mee te maken.

                                                                           Harry Perton

Bronnen voor de huisnaam De Zwaan aan de Nieuwstad zijn gevonden via:
Groninger Archieven toegang 1700, Verzameling Kuiken inv. nr. 5, en allemaal te raadplegen op microfiche:
– Rechterlijke Archieven III x (verzegelingen) deel 33 fo. 328
– Rechterlijke Archieven III x (verzegelingen) deel 49 fo 175 vso.
– Rechterlijke Archieven III J (beschrijvingen) deel 13 fo. 123

NB: De Zwaan aan de Nieuwstad was niet het enige huis met die naam in Groningen, want aan de Brede Markt westzijde, de Boteringestraat, het Boterdiep en buiten de A-poort aan het Hoendiep had je huizen, vaak herbergen, met dezelfde naam. Deze naam was dus vrij populair en het is niet uit te sluiten dat nog weer andere families zich hiernaar hebben genoemd.

Advertenties