Vroeger, zeg voor de jaren zestig, was het de gewoonte om de eerste kinderen te noemen naar de grootouders. Waar ouders het waagden om te breken met deze traditie, zwaaide er wat. Vaak gaf zoiets aanleiding tot ernstig bekoelde relaties.

Op zijn website noemt Bert Blaauw, mede-auteur van het familieboek Toxopeus, enkele schrijnende voorbeelden hiervan uit zijn familie. Zo zorgde de geboorte van zijn zuster in 1939 voor hommeles. Die zuster werd buiten alle traditie om Marianne genoemd en niet – naar haar oma – Berendina, omdat er al een broertje was met de naam Berend. Het gevolg:

"In het begin keurden moeders ouders 't kind nauwelijks een blik waardig en wilden zelfs niet op kraambezoek komen…"

Blaauw noemt ook zijn overgrootmoeder Eva Toxopeus-Nijhoff als een een voorbeeld van naamziekte. Weliswaar werd zij maar liefst acht maal vernoemd, maar dat gebeurde 'slechts' vijf keer primair (met als eerste voornaam Eva) en drie maal secundair (met als tweede voornaam Eva). Overgrootmoeder liet blijken dat dit wel degelijk verschil maakte:

"Bij een zondagsbezoek aan opa en oma was het gebruikelijk dat de kindertjes iets lekkers of een zakcentje kregen. De eerstbenoemde Eva's kregen soms iets extra's terwijl Oma Eva tegen de andere 3 kleinkindertjes Aaltje Eva, Dettina Eva en Nomkea Eva best durfde te zeggen: "Ga jij maar naar je eigen oma!""

Advertenties