Op 30 maart 1859 maakt de ambtenaar van de burgerlijke stand te Wildervank een overlijdensacte op voor vier leden van een en hetzelfde gezin:

Allen overleden bijna vijf maanden eerder, en wel op 6 november 1858 te Allinge, op Bornholm, een Deens eiland in de Oostzee. Volgens G. Redeker uit Roosendaal, die ons op dit geval attendeerde, ging het om een schippersgezin, dat op die noodlottige dag met zijn kofschip de Neptunus onderweg was van Perau naar Schiedam. “Wat er deze reis is voorgevallen”, aldus Redeker,  “heb ik nog niet kunnen achterhalen , maar wel is bekend dat hij met zijn vrouw en zijn twee jongste kinderen aan boord is vergaan waarbij ze allemaal zijn verdronken. Ze zijn wel gevonden en worden op 11-11-1858 te Allinge begraven.”

Redeker kon de havenstad Perau niet thuisbrengen, en vermoedde dat deze in Polen lag. Een Perau bestaat of bestond er inderdaad niet aan de Oostzee. Waarschijnlijk ging het om Pillau in Oost-Pruissen, vlakbij Koningsbergen. Sinds de Tweede Wereldoorlog, toen Rusland dit gebied inlijfde en de Duitsers er wegjoeg, heet die stad Baltyisk, naar de Baltische golf.

Allinge, op de noordpunt van Bornholm, ligt ruim 300 kilometer ten westen van het voormalige Pillau. In zo’n geval als dit verdient het altijd aanbeveling om even naar de scheepsberichten in de krant te kijken. Inderdaad vinden we in de Groninger Courant van 17 november 1858 dit bericht, dat acht dagen eerder uit Allinge kwam:

“In den nacht van den 6den dezer is hier aan de kust een vaartuig gestrand, wiens geheele manschap den dood in de golven gevonden heeft. Uit de aangespoelde stukken is gebleken, dat het vergane schip hoogstwaarschijnlijk is de Neptunus, gevoerd door kapitein J. J. Joosten uit Wildervank. Gisteren en heden heeft men de lijken van 6 volwassen manspersonen, van eene vrouw en 2 kleine kinderen uit zee opgevischt. De doodstrijd dezer ongelukkigen moet niet lang geduurd hebben, daar de zee zoo geweldig was, dat het schip waarschijnlijk in eenige minuten tegen de rotsen is verpletterd. De lijken zullen op eene passende en Christelijke wijze ter aarde besteld worden.”

Naast het gezin Joosten-Hazewinkel kwamen dus nog vijf bemanningsleden om. In Wildervank en omgeving moet dit bericht hard aangekomen zijn.

Overigens was de oudste dochter Alberdina van het gezin Joosten-Hazewinkel voor de reis in Wildervank achtergebleven. Zij was ten tijde van de schipbreuk zes jaar oud, en ging dus mogelijk net naar school. Later zou zij trouwen met een postbode uit Stadskanaal. Ze overleed in 1934 in de stad Groningen, 81 jaar oud.

Met dank aan G. Redeker, Roosendaal.