Naast de Spaanse griep van 1918 zijn er door de eeuwen heen diverse andere rampen geweest die directe invloed hadden op de persoonlijke levens van mensen. We moeten dan niet alleen denken aan oorlogen, maar ook aan de allerlei ziekten die hun tol eisten. Daar werden de gewone man en vrouw zelfs veel vaker door getroffen.

Neem het echtpaar Jan Brink en Gepke Meines de Boer, dat anno 1855 in Leek trouwde. Hij was toen 32 jaar oud en zij 26. In de jaren tussen 1857 en 1863 kregen ze vier kinderen, te weten: Martje, Grietje, Jannes en Meine.  

Dan treft hun het noodloot. Want in anderhalve week tijd, tussen 31 october 1864 en 9 november 1864, overlijden al deze kinderen, dan een tot zeven jaar oud, te Grootegast. Terwijl hun grootmoeder van vaderskant, Martje Roelfs Brink, ook nog in deze periode sterft. De ellende van Jan en Gepke moet enorm geweest zijn. Maar op de een of andere manier hebben zij zich herpakt. Want in de nog komende jaren krijgen ze nog drie kinderen, namelijk Martje, Jannes en Meine, die in de jaren 1865 – 1869, alledrie te Opeinde worden geboren.

In  overlijdensregisters zie je wel meer gezinnen die verschillende kinderen in een kort tijdsbestek verliezen. De akten geven geen doodsoorzaken. Toch kan  het voor de familie-onderzoeker van belang zijn om te weten of er zich in een bepaalde tijd een ziekte of epidemie heeft voorgedaan. Zo heb je immers een verklaring voor de grote sterfte. 

Voor een beeld van de gezondheid en gezondheidszorg in Groningen in de negentiende eeuw, is het proefschrift van W. Baron een rijke bron van informatie.  In die dissertatie staat op bladzijde 424 en 425 een overzicht van de diverse epidemieën in Groningen.  Het proefschrift is hier als PDF te downloaden.

Daarnaast zijn er diverse websides over rampen in Nederland.  Zo geeft Rampenpublicaties een overzicht van epidemieën in Nederland en Vlaanderen tussen 1500 en 2000, terwijl 20 Eeuwen Nederland een meer algemene beschrijving van ziekmakende omstandigheden met doorverwijzingen geeft.

                                             Tobias Wagenaar

Met dank aan Mattie Bruining-Hoeksma.