Het was op 12 november 1987 voorpaginanieuws bij het Nieuwsblad van het Noorden. Onder de honoraire ambtenaren van de burgerlijke stand der gemeente Groningen was een oproer uitgebroken. De gemeente had voor de huwelijksvoltrekkingen toga’s aangeschaft in de nieuwe gemeentelijke huisstijl (die met de gestyleerde G in een circel). Maar de trouwambtenaren, onder aanvoering van het VVD-raadslid Geert Otten, weigerden deze toga’s te dragen! De nieuwe toga’s hadden namelijk geen epauletten met het Groninger stadswapen op de mouw. En zo zouden de trouwambtenaren op de talrijke trouwfoto’s niet als ambtenaar herkenbaar zijn.

Toen hun oproer eenmaal de raadszaal bereikte, besefte het college van B&W dat het de trouwambtenaren een “buitengewoon groot onrecht” had aangedaan. ”We gaan dit tot op de bodem uitzoeken”, aldus een wethouder. Voorlopig mochten de trouwambtenaren hun oude, “tot op de draad versleten” toga’s blijven dragen.

Afgaande op de deplorabele staat der toga’s anno 1987 moet er bijzonder intensief getrouwd zijn in de jaren zeventig. Want de oude toga’s, zo blijkt uit een dossier in het Groninger gemeente-archief, waren slechts zestien jaar eerder aangeschaft.

Maar laten we bij het begin beginnen, want de toga-kwestie wortelde in een nog veel verder verleden. Al in 1951 bleken bij een enquête de meningen van de stad-Groninger trouwambtenaren over hun ambtskledij dermate verdeeld, dat het toenmalige college van B&W ze alleen nog maar durfde te vragen om in het zwart te verschijnen:

“Zij zijn vrij in het gebruik van een zwart costuum, een jacquet (…) of een toga.”

Een jacquet was in de stad Groningen niet bepaald populair, geen van de honoraire ambtenaren burgerlijke stand droeg die hier, terwijl zo’n kledingstuk in Amsterdam, Den Haag, Enschede en Tilburg verplicht was. Juist omdat de Groninger trouwambtenaren zo verdeeld dachten over kostuums en toga’s, ontvingen ze een onkostenvergoeding voor hun ambtskleding. Deze kleding kregen ze dus niet van gemeentewege verstrekt, maar schaften ze zelf aan.

Eind 1970 wilde een nieuweling huwelijken gaan sluiten in een afwijkend gekleurd, namelijk donkerblauw kostuum. Bruidsparen hadden dat maar te accepteren, vond hij. Hij zag liever van de functie af, dan dat de gemeente hem het geld voor een zwart pak voorschoot. Binnen de gemeentelijke afdeling burgerlijke stand bestond er echter bezwaar tegen om hem de gewenste vrijheid te vergunnen. Een van de trouwambtenaren moest qua kleding niet uit de toon gaan vallen ten opzichte van de andere, vond men. Uiteindelijk hield de gemeente toen opnieuw een enquête onder de honoraire ambtenaren met als kernvraag of ze er prijs op stelden dat de gemeente enkele toga’s zou gaan aanschaffen. Dit voorstel leverde een bescheiden meerderheid onder de trouwambtenaren op: twintig waren ervoor en vijftien ertegen. Dertien dachten de aangeschafte toga’s ook te gaan dragen, terwijl dertien andere daar helemaal niet aan wilden. Omdat hieruit bleek dat de toga’s bij de helft van de ongeveer 1500 huwelijksvoltrekkingen per jaar zouden worden gebruikt, besloot de gemeente 5000 gulden uit  te trekken voor vijf toga’s, tien beffen, een klerenkast, een kleerborstel en een passpiegel.

Voor de vier herentoga’s koos zij voor een lichtgrijze stof met een afzetting van zwart fluweel, terwijl het ene exemplaar voor de dames lichtblauw werd met donkerblauwe garnering. Deze toga’s – dus nog mèt het stadswapen – zouden worden gemaakt bij het herenkledingbedrijf L. de Vries Hzn. in de Brugstraat, want die was met zijn gespecialiseerde dove kleermaker al de toga-leverancier van ettelijke gemeenten.

Jaren later zou blijken dat sommige Groninger trouwambtenaren de toga’s weigerden te dragen, o.a. “omdat men er soms vies van is”:

“Weliswaar worden de toga’s regelmatig gereinigd, doch dat neemt niet weg dat het, gezien het beperkte aantal, vrij frequent voorkomt dat een ambtenaar Burgerlijke Stand een toga moet gebruiken die even tevoren door zijn of haar collega is benut. Het materiaal, waarvan de toga’s zijn vervaardigd, wasemt nauwelijks uit, zodat de toga’s reeds na enkele keren gebruik minder hygiënisch zijn. Versnelde reiniging leidt tot snellere slijtage en biedt bovendien onvoldoende uitkomst…”

Daarom schafte de gemeente Groningen toen nogmaals enkele toga’s aan.

Overigens weigerden ambtenaren van de burgerlijk stand ook nog wel eens een toga te dragen omdat die afstand schiep en een autoriteit van ze maakte

Net als in de stad Groningen waren (en zijn) in de meeste gemeente op het Groninger platteland, zoals Hoogkerk (voor 1969), Stadskanaal, Haren en Slochteren toga’s met gemeentewapens in gebruik.

                                                                                   Harry Perton

Bron die niet op internet staat: RHC Groninger Archieven, archief secretarie Groningen 1965 – 1987 (toegang 1968), dossier 1.755.22 m.b.t. de ambtskleding van de honoraire ambtenaren burgerlijke stand.

Advertenties