Dat de ambtskledij van ambtenaren burgerlijke stand aanleiding kan geven tot emotionele toestanden, blijkt uit een gevalletje te Nieuweschans, anno 1976. Hoewel dat gevalletje, dat zich voordeed in de komkommertijd, ook wel wat opgeklopt werd door de pers.

In augustus van dat jaar deed burgemeester Koek van Nieuweschans het voorstel aan de  gemeenteraad, om een nieuw kostuum aan te schaffen voor de nieuwe ambtenaar van de burgerlijke stand. Het vorige kostuum, een smoking, was namelijk meegenomen door de vorige trouwambtenaar, die sinds een jaar in Geertruidenberg werkte. Deze Krebbers, aldus de burgemeester, had zich de smoking “toegeëigend”.

Deze enigszins ongelukkige woordkeus leidde tot verbolgenheid bij Krebbers, die vanuit het verre Geertruidenberg liet weten dat de smoking aan hem persoonlijk was geschonken, en niet aan de gemeente. Dat was gebeurd bij een gemeentelijk werkbezoek aan een Duits confectiebedrijf dat onder meer smokings fabriceerde. Bij diezelfde gelegenheid had de burgemeester afgezien van een soortgelijk cadeau. Krebbers peinsde er niet over om het kostuum af te staan, want raadsleden hadden hem laten weten dat hij het houden mocht. Vanwege de suggestie dat hij de smoking had gestolen, overwoog hij zelfs gerechtelijke stappen.

In Nieuweschans waren de rapen gaar. Raadsleden, met de fractie van de PvdA voorop, wilden dat de oud-ambtenaar gezuiverd werd van alle blaam. IJlings voegden B&W nog de woorden “niet wederrechtelijk” toe aan het raadsvoorstel, dit voorafgaand aan het woordje “toegeëigend”. Bovendien bood het college Krebbers zijn excuses aan voor de diefstal-suggestie. Het gemeentebestuur bevestigde uitdrukkelijk, dat het pak niet aan de gemeente, maar aan Krebbers was geschonken. En daarmee was de smokingrel de wereld uit. 

                                                                                      Harry Perton

Advertenties