In de nieuwste editie van het Groningse digitale tijdschrift Kreuze gaat Beno Doedens in op zijn werkzame leven als ambtenaar burgerlijke stand en bevolkingsregister in de gemeenten Termunten en Oude Pekela. Hij was er

"de man dij de akten kloar muik en inschreef."

Over de bevolkingsadministratie legt Doedens helder uit dat die net als de registratie van geboorte, huwelijk en dood al begon in 1811, maar dat in de eerste jaren nadien de bevolkingslijsten niet werden bijgehouden met verhuizingen, een lacune waarin op het platteland eerst vanaf 1850 werd voorzien. De nieuwe gemeentewet van die tijd schreef bijvoorbeeld voor dat ook in dorpen en gehuchten de huizen genummerd moesten worden:

"En wel der in dij hoezen woonde wer deur de gemaintesiktoares en zien ambtenoaren sekuur opschreven. Aale leden van t gezin kregen n blad in n groot bouk. Inwonende dainstboden kregen een apaart bouk, het dainstbodenregister, net as bewoners van gestichten en aarmhoezen."

Deze administratie bleef in opzet niet altijd gelijk, aldus Doedens. Vanaf 1920 werden de boeken vervangen door losse gezinskaarten en in 1938 kreeg elke inwoner een eigen persoonskaart. Ook van elke woning kwam er een woningkaart met daarop de bewoners van het huis. Dat alles vormde samen  het Bevolkingsregister. En het werk dat erbij kwam kijken qua mutaties (geboorte, dood, verhuizingen) noemde men de bevolkingsboekhouding, die overigens door de komst van de computer ook weer anders ingericht is. Voordat men nu op internet gaat kijken naar bevolkingsregisters: weliswaar zijn deze tot 1938 openbaar, maar helaas moet je er vaak nog voor naar gemeentehuizen, omdat de registers van veel plattelandsgemeenten nog niet op het internet staan.

Doedens mag dan al jaren gepensioneerd zijn, als genealoog is hij een groot liefhebber van computer en internet, zo vertelt hij in Kreuze. Van zijn eigen voorouders en verwanten heeft hij nu een database met ruim 7000 namen. Wat wel vaker wordt geconstateerd: ergens blijken we allemaal familie van elkaar. Zo ontdekte Doedens dat zijn oud-klasgenoot, kameraad, en scheidend Kreuze-redacteur Jan Blaauw aan hem verwant is. Wat ook geldt voor zijn voornaamgenoot Beno Hofman, de bekende stadshistoricus van Groningen:

"k Heb hom ais een stroombraifke stuurd om te vroagen woar hai zien veurnoam aan te danken het.  En joa heur, wie hebben Hindrik Benes Bulthuis oet Heveskes as gezoamenlieke veurolder. Dat was al veur de Fraanse tied."

Maar zijn genealogische onderzoek had voor Doedens nog een verrassing in petto. Hij kwam aan de weet dat zijn vader en diens stiefvader achterneven waren. Of er bij het tweede huwelijk van opoe sprake was van een verboden graad van bloedverwantschap vertelt Doedens er niet bij, maar door toedoen van sprookjes hebben stief(groot)ouders vaak ten onrechte een slechte naam, zo blijkt maar weer:

"t Was wel mien laifste Opa!"

Naschrift 6 juli 2011:

Van Beno Doedens ontvingen we nog de volgende aanvulling:

"Wat de verboden graad van bloedverwantschap betreft tussen mijn vader en zijn stiefvader: het waren achterneven in de mannelijke lijn. In feite was zijn stiefvader zijn oud-oom, als het zijn oud-tante was geweest, dan was er een huwelijksverbod geweest, eentje overigens die door dispensatie door de Koning wegens "gewichtige redenen" (en dat gewichtig is dan te lezen als eentje van gemiddeld 5 tot 7 pond, zeg maar zwangerschap) kon worden opgeheven. In het algemeen bestonden huwelijksbeletselen tussen bloed- en aanverwanten waaruit nakomelingenschap kon worden verwacht, maar deze konden door dispensatie worden opgeheven."

Advertenties