De stamvader, die anno 1803 in Nederland kwam, heet nog Klöne. Bij zijn kinderen echter, verandert die naam in de verschillende akten onder meer in Klein, Kleine, Kleun, Kleune, Kloene, Klöene, Klone, Kluin en Klune. En alsof deze mutates nog niet genoeg zijn, komen daar in het geval van zijn kleinkinderen nog eens Kloen en Kluun bij. Ga er maar eens aanstaan, als genealoog!

Toch deed H.A. Suerink-Klöne dat. Met taaie volharding bracht zij alle naamsveranderingen in kaart. En passant geeft ze de redenen aan voor de extreme variatie. Omdat de eerste generaties van deze arbeidersfamilie nauwelijks lezen en schrijven konden, waren ze ook niet bij machte om te controleren of de ambtenaren van de Burgerlijke Stand hun familienaam op de juiste wijze spelden. Waarschijnlijk was het kortaf uitspreken van de naam mede debet aan de variatie. In hun Gronings klonk Kleun bovendien al gauw als Kluin, wat hier al een bekende naam was.

Het hele verhaal van mevrouw Suerink-Klöne vindt u hier.

Advertenties