Zoals wellicht bekend, wordt in een overlijdensakte niet de oorzaak van het overlijden vermeld. Als het gaat om moord of een andere bijzondere oorzaak dan geven kranten daarover wel vaak opheldering. Niet alleen lokale of regionale, maar vooral ook landelijke kranten.

Dat was eveneens het geval na het overlijden van dr. Carl Heinrich Otto Albinus Meijer, overleden op 16 maart 1880 in Winschoten.

Op 1 januari 1880 begon de toen 31-jarige Carl Meijer hier zijn praktijk als huisarts. Hij deed dat in Hotel St. Vitus, vlakbij het station, dagelijks van 9 tot 2 uur. Daarvóór was hij vanaf ongeveer 1878 arts in Bunde, net over de Duitse grens waar hij een omvangrijke praktijk had. Het Hotel St. Vitus zou op de plek van het huidige Hotel Royal York (recht tegenover het station) gestaan kunnen hebben. De logementhouder was Geert Berends Klaassens de Grooth die ook postbode was.

In 1879 slaagde Meijer voor het Nederlandse artsexamen zodat hij zich in Winschoten kon vestigen. Hier had hij al gauw veel patiënten, zo’n 50 à 60 per dag. De armen hielp hij gratis en de allerarmsten gaf hij vaak nog reisgeld toe.

Op zondag 14 maart 1880 schreef hij een patiënt uit Beerta o.a. een pijnstillend middel voor met het advies: “nu en dan 20 druppels, langzaam klimmend tot 60 druppels tot de pijn bedaart”. Het middel was “aconitin nitric”. Hij schreef dit regelmatig voor maar altijd met de vermelding dat het preparaat afkomstig moest zijn van Apotheek Friedländer te Berlijn.

Twee dagen later, op dinsdag 16 maart, kwam de vrouw van de patiënt bij dr. Meijer en vertelde dat ze zeer bezorgd was omdat haar man de medicijnen niet verdroeg. Hij had vijf keer met tussenpozen 20 druppels ingenomen en ze telkens weer uitgebraakt. Eén keer bleef het binnen waarop de patiënt doodsbenauwd zou zijn geworden.

Dr. Meijer lachte en zei dat zijn zwakke moeder het altijd zonder nadeel gebruikte. Om te bewijzen dat er aan de medicijnen niets mankeerde, nam hij 50 druppels in met een glas wijn en zei: “Laat uw man ze nu ook nemen, zij zullen hem goed doen”.

Een uur later werd hij beroerd en besefte dat er iets mis was. Hij stuurde een bericht aan de apotheker en vroeg wat hij had gegeven. Hij dacht het zelf wel te boven te komen maar de apotheker moest dadelijk bericht sturen aan de patiënt dat hij de druppels niet meer moest nemen.

Het bleek dat de apotheker een fatale fout had gemaakt. Omdat het preparaat uit Berlijn op was, had hij een Frans preparaat gebruikt met een veel sterkere werking.

De toestand van Meijer werd snel slechter en hulp van zijn collega, Dr. Theunes Haakma Tresling hielp niet meer. Dinsdagavond 16 maart 1880 om negen uur overleed Meijer. Haakma Tresling was ook de aangever van het overlijden, een dag later. Samen met Dr. Busscher, een andere arts in Winschoten, en prof. dr. Ranke uit Groningen heeft Haakma Tresling een lijkschouwing verricht. In het Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde deed hij naderhand uitgebreid verslag van het overlijdensgeval.

Dr. Meijer die ongehuwd was, werd in zijn geboorteplaats Damme (Oldenburg, D.) naast zijn ouders begraven. Toen zijn lichaam in een metalen kist naar het station werd gebracht volgde een lange stoet mensen de lijkkoets. Bij het station hielden burgemeester W.A. Pott en pastoor Verstege toespraken. Meijers broer en zwager bedankten voor de toespraken en de vele blijken van deelneming. Op de kist lagen o.a. 32 rozen, want Meijer was op 18 februari 32 jaar geworden. Ook in Bunde was er belangstelling van honderden mensen bij het station.

De patiënt uit Beerta was Hindrik Lups, geboren 25-01-1819 in Scheemda en 61 jaar oud. Hij was in 1848 getrouwd met Hemke Eekhof en toen boerenknecht. Hij overleed op 27-04-1881 in Winschoten, volgens de akte 60 jaar oud maar in werkelijkheid 62 jaar.

De apotheker was Klaas Groeneveld, geboren Winschoten 14 juni 1831, overleden Winschoten 3 december 1894. Volgens de krantenberichten zou er een gerechtelijk onderzoek naar de apotheker worden ingesteld maar in september 1880 werd de zaak geseponeerd na gedaan verzet. Vermoedelijk stond op het recept niet vermeld dat het van de apotheek in Berlijn moest zijn. De apotheker kon natuurlijk niet weten dat de arts hiervan een fatale dosis zou innemen. De patiënt voor wie het wel bedoeld was is er toen ook niet aan overleden.

Dr. Meijer had zich in de korte tijd dat hij in Winschoten arts was, geliefd gemaakt bij veel mensen. De mensen in Bunde zal het ook gespeten hebben dat hij na ongeveer twee jaar naar Winschoten vertrok.

Overigens is het vreemd dat hij als wetenschapper zonder nader onderzoek medicijnen slikte waarvan zijn patiënt zo beroerd werd dat hij ze niet binnen kon houden. Een niet zo’n slimme manier om proefkonijn te zijn. Er had bij hem een rood lampje moeten gaan branden dat er iets niet klopte maar dat gebeurde pas toen hij er zelf beroerd van werd. Hij was toen meer bezorgd over zijn patiënt dan over zichzelf. Uit de lijkschouwing bleek dat, afgezien van de vergiftiging, zijn gezondheidstoestand niet goed was, vooral zijn longen niet.

                                                                                 Gert Zuidema

Met dank aan Harm Selling en Marianne Kruijswijk.

Bronnen:
– Harm Selling, Amsterdam – website Genealogische en historische pagina Winschoten, de pagina Arts vergiftigd.
– Idem, transcripties van artikelen in de Amersfoortsche Courant van 23 maart en 2 april 1880 en Nieuwe Amersfoortsche Courant van 20 en 24 maart 1880.
– Advertenties in Nieuws van den Dag en Leeuwarder Courant.
– Nederlandsch Tijdschrift voor Geneeskunde, 1880 nr. 16.

Advertenties