Bij het vergaan van de Titanic, in de nacht van 14 op 15 april 1912, liet ook een Groninger het leven. Het ging om de kok Hendrik Bolhuis, die nog maar 27 jaar oud was.

Hendrik Bolhuis was geboren op tweede kerstdag 1884 in Wittewierum, als zoon van Hindrik Bolhuis en Anje Kooima. Daar in Wittewierum hadden zijn ouders nog een boerenbedrijf, maar in 1888 verhuisde het gezin naar de Grachtstraat in Groningen en de vader staat dan te boek als stalknecht, wat waarschijnlijk een maatschappelijke degradatie betekende. In 1900 echter, was de weg omhoog weer ingeslagen. Het gezin bleek toen op het adres Steentilstraat 34 te wonen, waar de ouders een kruidenierszaak annex slijterij begonnen.

Die laatste verhuizing maakte Hendrik jr., oftewel Hennie, later ook wel Mooie Hennie geheten, niet meer mee. In 1899, op zijn veertiende, was hij namelijk verhuisd naar Assen. Toen hij na een half jaar terugkeerde uit Assen, ging hij ook niet weer opnieuw bij zijn ouders inwonen, maar bij Wiardi, op het adres Oude Ebbingestraat 71. Waarschijnlijk was hij bij deze bakker als knecht in dienst, al dan niet gedeeltelijk voor de kost. Van dit adres vertrok hij op 11 mei 1904 naar Utrecht, denkelijk voor zijn militaire diensttijd.

Op 7 september 1910, vlak na de dood van zijn moeder en vlak voor de dood van zijn vader, keert hij terug in Groningen en laat hij zich inschrijven op het ouderlijke adres Steentilstraat 34. Hij is dan weer hervormd en zijn beroep is inmiddels kok. Zoals een later bericht wil, oefende hij dit beroep al langer uit in mondaine vakantie-oorden als Oostende en Monte Carlo. Zeker is, dat hij na de dood van zijn vader opnieuw voor buitenlandse avonturen koos. Via opnieuw Monte Carlo belandde hij in nazomer van 1911 als kok op de Olympic, een ouder zusterschip van de Titanic. Met de Olympic maakte hij al een zware aanvaring mee, en schreef daarover aan zijn enige, anderhalf jaar oudere broer Klaas in Groningen: “Bijna waren we met man en muis vergaan”.

Hennie Bolhuis bleef in Groningen ingeschreven staan, en kwam hier ook wel terug. Als hij in het buitenland vertoefde, schreef hij zijn broer regelmatig. Zijn laatste brief was van 13 maart 1912 en kwam uit Oostende. Hij zou naar Engeland gaan, maar dacht erover verlof te nemen, schreef hij. In Southampton kreeg hij naderhand echter een baan aangeboden die hij kennelijk niet weigeren kon. Het aanbod kwam van dezelfde werkgever waarbij hij ook al in dienst was op de Olympic. Deze Italiaanse zakenman pachtte een restaurant op de voor onzinkbaar gehouden Titanic, die vanaf 10 april zijn maidentrip naar de VS zou gaan maken. Hennie kon mee als larder cook. Hoewel de familie later hoog opgaf van zijn kookkunsten, was dit geen topfunctie. Een larder cook was namelijk vooral betrokken bj de bereiding van koude schotels, boterhammen, amuses en cocktails

Het personeel van het restaurant waar Hennie werkzaam was, werd niet betaald door de scheepvaartmaatschappij van de Titanic, maar door die Italiaanse zakenman. Er is een verhaal dat dit personeel als tweederangs werd beschouwd door de eigenlijke bemanning van de Titanic, die het dek met de hutten van dit restaurantpersoneel ook afsloot toen het schip in de nacht van 14 op 15 april begon te zinken. Dit om te voorkomen dat dit personeel een beroep zou doen op ruimte in de reddingboten. Hoe het ook zij, terwijl van alle alle 2208 opvarenden er 704 werden gered, oftewel 31,5 %, lag dit percentage voor dat restaurantpersoneel veel lager. Want van de in totaal 66 medewerkers overleefden er slechts 3, nog geen 5 %.

Als het lichaam van Hennie Bolhuis al teruggevonden werd, is het nooit geïdentificeerd. Omdat hij zijn broer Klaas nooit bericht had dat hij op de Titanic had aangemonsterd, verkeerde die in de veronderstelling dat Hennie vanzelf terug zou komen. Pas eind juli drong via verschillende wegen de waarheid tot Klaas door. Toen pas, kwam er een overlijdensadvertentie in het Nieuwsblad van het Noorden te staan, dat een dag later ook een redactioneel artikeltje aan de overledene wijdde.

Als enige erfgenaam zou Klaas Bolhuis in november 1912 een Engels spaarbankboekje van Hennie erven, waarop bijna 260 gulden stond. Pas in juni 1913 ontving hij het loon dat Hennie aan boord van de Titanic verdiend had: ruim 30 gulden. Omdat Hennie zich nooit uit het Groninger bevolkingsregister had uitgeschreven, moest dit ambtshalve gebeuren. Achter zijn naam vinden we daarom: “Verdronken op zee, met de schipbreuk van de “Titanic” in April 1912″. Vreemd genoeg echter, is hier in Groningen geen overlijdensakte voor Hennie Bolhuis opgemaakt.

                                                                                            Harry Perton

Bronnen, voor zover ze in het stuk zelf niet gelinkt of genoemd zijn:

Advertenties